JavaScript inschakelen om deze site te bekijken.

DaproverbN 3.3.3

Voor de berekening van de kapitalisatiecoëfficiënt werd geopteerd voor de tafels met zekere rente (of zekere annuïteit) boven de tafels met lijfrente.

 

Dat is een bewuste keuze.

 

Een zekere rente ( of zekere annuïteit) is een periodieke uitkering betaalbaar gedurende een vooraf bepaalde duur.

Een lijfrente is een periodieke uitkering betaalbaar tot bij het overlijden.

 

De zekere annuïteit is een bedrag dat periodiek gedurende een vooraf vastgesteld aantal jaren zeker zal moeten worden betaald, zonder onderscheid of de begunstigde in leven blijft of niet. Er wordt geen rekening gehouden met tussentijdse sterftekansen van de begunstigde.

 

In de lijfrentetafels daarentegen wordt wel rekening gehouden met de jaarlijks stijgende sterftekansen of veeleer de dalende levenskansen.

 

Bij gebruik van de kapitalisatietafels van de lijfrenten voor de vergoeding van een toekomstige schade wordt de grote meerderheid van de slachtoffers ondervergoed. Met de zekere rente wordt niemand ondervergoed.

 

Dat geldt zowel voor schade tijdens de lucratieve levensduur als voor levenslange schade.

 

De indicatieve tabel (2012) bepaalde trouwens in het randnummer 3.0.2 dat "het kapitaal zo berekend (moet) worden dat het slachtoffer niet geconfronteerd wordt met een uitputting van zijn vergoeding vooraleer de vergoedbare periode verstreken is". Dit wordt niet meer hernomen in de Indicatieve Tabel 2016 en 2020.

 

Dat is altijd zo wanneer de methode van de zekere rente wordt toegepast, terwijl bij kapitalisatie van de lijfrente daarentegen het kapitaal voor het einde van de lucratieve levensduur of het einde van de levensverwachting meestal is opgebruikt.

 

De kapitalisatie van de zekere rente hetzij tot het einde van de lucratieve levensduur hetzij tijdens de mediaanlevensduur verdient dus de voorkeur op de kapitalisatie van de lijfrente (in die zin: W. PEETERS, Praktische toelichting bij de Indicatieve Tabel 2016, Brugge, Die Keure, 2017, p. 48).

 

De tafels J. SCHRYVERS, toegankelijk op tafelsschryvers.be, bevelen die vaste - eerder dan levenslange of tijdelijke - annuïteiten sterk aan.

 

C. JAUMAIN stelt daarentegen dat de vaste rente voor het ramen van het kapitaal van de indemnitaire rente geen enkele rol te spelen heeft en dat de levenslange of tijdelijke annuïteit (lijfrentetafels) moet worden aangenomen bij de kapitalisatie van schadevergoedingen (C. JAUMAIN, "Keuze van de technische basis (Sterftetafel, type annuïteit, rentevoet) bij de kapitalisatie van schadevergoedingen in gemeen recht", in Indicatieve Tabel 2016, Brugge, die Keure, 2017, p. 165-167).

 

Wie hierover meer wil weten verwijzen wij naar:

W. PEETERS, Praktische toelichting bij de Indicatieve Tabel 2016, Brugge, Die Keure, 2017, p. 47-48.

H. Ulrichts, Schaderegeling in België, Mechelen, Wolters Kluwer Belgium, 2013, p. 131-135.

J. Schryvers, De betere tafels voor het jaar 2000, Antwerpen, Kluwer, 2000, p. 23-35.

J. SCHRYVERS, m.m.v. P. GRAULUS, "De betere tafels 2004", R.W., 2006-07, 1022-1037, 3.a en 3b.

J. SCHRYVERS, Het abusieve gebruik van sterfte- en kapitalisatietafels in het gemeenrechtelijke vergoedingsrecht, 2011, tafels Schryvers abusief gebruik, 1.

A. Van Oevelen, G. Jocqué, C. Persyn en B. De Temmerman, “Overzicht van rechtspraak, Onrechtmatige daad: schade en schadeloosstelling (1993-2006)”, in T.P.R., 2007, nr. 26.2, p. 1020-1024).

D. Simoens, "Buitencontractuele aansprakelijkheid, II, Schade en schadeloosstelling", in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, R. Dillemans en W. van Gerven (ed.), Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen België, 1999, nr. 89, p. 168-171.

TopPage Naar boven

Created by Jacques Deseure