|
Prothesen |
Schuiven Vorige Startpagina Volgende Meer |
De handmatige berekening van prothesevergoedingen is een omslachtige onderneming, vooral wanneer de levensverwachting van het slachtoffer lang is en de vervangingen van de prothese frequent zijn.
Dit werkblad neemt de gebruiker die omslachtige berekening uit handen en laat hem in een oogwenk en op een eenvoudige manier de vergoeding berekenen, mits invoering van enkele gegevens zoals geslacht, leeftijd, kostprijs van de prothese, vervangingsfrequentie, aankoopdatum, vonnisdatum, rentevoet.
|
Zij kapitaliseren gewoon de actuele prijs van de prothese over een aantal (n) jaren gelijk aan de levensverwachting van de getroffene. Zij berekenen dus de actuele waarde van n annuïteiten van de prothesekosten.
Dat is niet de correcte berekeningswijze, al was het maar omdat het gebruik van de kapitalisatietafels inhoudt dat het gaat om een jaarlijks of maandelijks verlies van een bepaald bedrag tot aan een bepaalde leeftijd van de getroffene ("huidige waarde van een annuïteit van 1 EUR"), terwijl het hier gaat om de actualisatie van een uitgave die in de toekomst om de zoveel jaar zal moeten gebeuren ("actuele waarde van 1 EUR, betaalbaar na n jaar").
1) Reeds geleden schade: aangekochte prothesen het vonnis voorafgaand (volledige prijs zonder verdiscontering); 2) Toekomstige schade: toekomstige uitgaven verdisconteerd op datum van het vonnis. Per tijdsduur waarna de prothese vervangen moet worden herleidt men telkens de schadeloosstelling (prijs prothese) tot haar actuele waarde en wendt men daartoe de wiskundige tafel “actuele waarde van 1 EUR, betaalbaar na n jaar (Vn) aan. De som van alle actuele waarden vertegenwoordigt dan de toekomstige schade. |
Met andere woorden: men neemt de huidige kostprijs in aanmerking, maar verdisconteert die om de actuele waarde van de toekomstige schade te kennen, dus om rekening te houden met de vervroegde uitbetaling (J. Stasseyns, Kapitalisatie, Deurne, Informatica, 1983, p. 56; D. Simoens, "Buitencontractuele aansprakelijkheid, II, Schade en schadeloosstelling", in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, R. Dillemans en W. van Gerven (ed.), Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen België, 1999, nr. 131, p. 249-250).
Maar men kan ook wel alles heel eenvoudig houden en het volledige actuele bedrag van de kosten van vervanging toekennen, zonder verdiscontering van de vervroegde betaling. Het Hof van Cassatie heeft die werkwijze aanvaard (Cass., 8 november 2000, Arr. Cass., 2000, 1747). Men kan onder meer aanvoeren dat de vervroegde betaling gecompenseerd wordt door de stijging van de kostprijs (zie daarover: D. Simoens, o.c., nr. 131, p. 250; A. Van Oevelen, G. Jocqué, C. Persyn en B. De Temmerman, “Overzicht van rechtspraak, Onrechtmatige daad: schade en schadeloosstelling (1993-2006)”, in T.P.R., 2007, nr. 19.2, p. 990-992 en nr. 55.6, p. 1307-1310).
Wie weet wordt die eenvoudige berekening in de hand gewerkt door de complexiteit van de verdiscontering die de rechters willen omzeilen, maar met de mogelijkheden geboden door deze module heeft men geen excuses meer :-)
|